Het grote
schip wordt door vele kleine schepen omringd, die van hem bevelen ontvangen en
het majestueuze schip tegen de vijandelijke vloot verdedigen. Zij hebben sterke
tegenwind, en de onstuimige zee lijkt de aanvallers te begunstigen. Midden op
zee staan op korte afstand van elkaar twee machtige zuilen. De ene wordt door
een standbeeld van de Immaculata gekroond, aan wiens voeten staat: Auxilium
christianorum (hulp van de Christenen). Op de tweede veel hogere en machtigere
zuil zien wij een zeer grote hostie, waaronder op een schild de woorden staan:
'Salus credentium' (heil van de gelovigen). De paus als bevelhebber van de
vloot ziet de woede van de vijanden en daarmee het gevaar, waarin zijn
getrouwen verkeren. Hij roept derhalve de kapiteins van de begeleidende boten
naar zijn schip voor beraadslaging.
De storm
wakkert steeds meer aan; de kapiteins moeten naar hun boten terugkeren. Nadat
de zee weer kalm geworden is, roept de paus de kapiteins een tweede keer naar
zich toe. Plotseling breekt de storm opnieuw los. De paus staat aan het stuur
en tracht met alle kracht zijn schip tussen die twee zuilen te sturen, waaraan
vele ankers en grote haken bevestigd zijn. De vijandelijke schepen beginnen nu
met de aanval en willen het pauselijke schip doen zinken. Steeds weer proberen
zij brandend materiaal aan boord van het grote schip te werpen en vuren met hun
boordgeschut uit alle lopen. Ondanks de felle strijd van de vijandelijke
schepen en de inzet van alle wapens mislukt de aanval en het pauselijke schip
doorklieft, hoewel het aan beide zijden beschadigd is, vol vertrouwen de zee,
want amper getroffen, dicht een zachte wind, die uit de twee zuilen komt,
meteen ieder lek. Op de schepen van de aanvallers ontploffen nu de lopen van de
kanonnen, de boegen van de schepen barsten uit elkaar en zinken in de zee.
Plotseling echter wordt de paus door een vijandelijke kogel getroffen.
Zijn
helpers ondersteunen hem maar kort daarna wordt hij opnieuw getroffen door het
vijandelijke geschut en valt neer. Op de vijandelijke vloot klinkt geschreeuw
van vreugde en overwinning.
De op het
pauselijke schip verzamelde kapiteins kiezen snel een nieuwe paus, zodat met
het nieuws van de dood van hun bevelhebber tegelijkertijd het nieuws van de
verkiezing van de opvolger bij de vijanden arriveert. Nu verliezen dezen
plotseling alle moed, het pauselijke schip echter overwint alle hindernissen en
vaart veilig tussen de twee zuilen door, waar het voor anker gaat. De vijanden
vluchten, rammen elkaar en gaan ten onder. De kleine boten die het pauselijke
schip begeleiden, roeien nu eveneens met volle kracht naar de zuilen toe en leggen
daar aan. Op zee treedt een grote stilte in."
Zouden deze twee beraadslagingen het Eerste en Tweede
Vaticaans Concilie kunnen zijn? Don Bosco had deze droom in 1862. Het Eerste Vaticaans Concilie werd
gehouden van 1869 tot 1870 tijdens het pontificaat van paus Pius XI en was
het eerste algemeen concilie van de Katholieke Kerk na het concilie van Trente meer dan 300 jaar tevoren. Het kon niet
worden voltooid vanwege de Frans-Duitse oorlog die in 1870 uitbrak.
Het Tweede Vaticaans Concilie heeft plaats precies 100
jaar na deze droom: 1962-1965, en wel als de rust is teruggekeerd na de Eerste
en Tweede Wereldoorlog.
Maar de oorlog die na die ‘tweede beraadslaging’
plotseling uitbreekt, lijkt nog veel heftiger te zijn. Men wil de Kerk
vernietigen. Het zou zomaar een oorlog kunnen zijn van binnenuit: alles wat met
name mensen binnen de Kerk hebben gedaan om te verhinderen dat de rijkdom van
het Tweede Vaticaans Concilie bij de mensen zou komen. Maar nu, 50 jaar later, met
het jaar van het geloof, wordt de rijkdom van het Tweede Vaticaans Concilie
uitdrukkelijk gevierd en uitgedragen op initiatief van paus Benedictus XVI die
– als een van de weinigen nog in leven - zelf nog op dit Concilie aanwezig is
geweest als theoloog. Heel bijzonder dat hij tijdens dit jaar van het geloof
aftreedt als paus om zodoende misschien ook de rijkdom van dit Concilie door te
geven aan zijn opvolger. En dat is – sinds 13-3-2013 - Jorge Mario Bergoglio,
de aartsbisschop van Buenes Aires, geboren 17-12-1936, de eerste jezuïet die
paus is, de eerste paus die zich Franciscus noemt, de eerste (Zuid-)Amerikaanse
paus. Direct bij zijn eerste aantreden heeft hij al aangegeven dat de Kerk
opnieuw moet evangeliseren en bestemde hij de zegen ook voor niet-gelovigen. En
voordat hij de zegen gaf, vroeg hij de mensen eerst voor hem te bidden en was
het enige momenten aangrijpend stil op het St. Pietersplein.
Een man van vrede en gebed, van eenvoud en dialoog,
een man van God en daarom nog meer ten dienste van mensen. Maar in de wereld is
ook een andere beweging bezig. Een beweging om de Kerk van Christus te
vernietigen. Daarover vernemen wij dus in het visioen van Don Bosco, maar ook
in het derde deel van het geheim van Fatima, waarvan paus Johannes Paulus II in
2000 zei dat dit reeds vervuld is door de aanslag op hem in 1981. Edoch, hij
heeft de aanslag overleefd. En dat is niet het geval bij de ‘man in het wit’ in
het visioen van Don Bosco, noch in het derde deel van het geheim van Fatima.
Het zou zomaar kunnen zijn dat dit nog z’n vervulling moet krijgen. Dit kunnen we
misschien ook afmeten aan de aanvallen op de Kerk die in heftigheid toenemen.
En een man van vrede zou zomaar gedood kunnen worden. Het zou dan vanwege zijn
leeftijd niet ondenkbeeldig zijn dat hij bevend de berg opgaat en daar dodelijk
wordt getroffen, zoals beschreven in het derde deel van het geheim van Fatima. Dan
zou zijn opvolger die direct daarop gekozen wordt, het schip van de Kerk veilig
tussen de zuil van de Immaculata en de zuil van het H. Sacrament loodsen naar
rustig water.
Mogelijk duidt de naam Franciscus ook op een goede
oplossing van de zaak ‘Medjugorje’ dat beheerd wordt door een groep
Franciscanen die afschuwelijk afbreuk doen aan hun roeping als Franciscaan door zich in te zetten voor
deze zeer omstreden ‘verschijningen’ en ‘boodschappen’ die haaks staan op het
erfgoed van Franciscus.